zaterdag 29 januari 2011

De Proloog: Delhi

Het reisbureautje: Indian Tourism Information
We schrijven zaterdag 15 januari,  het grote afscheid zij het met een stel hersenen dat nog bezig is met de tequilas en Westmalles van de avond ervoor te verwerken. Twee treinritten en een lange afstand vlucht later sta ik verdwaald op de luchthaven van Delhi. Compleet uitgeput van de lange reis ontdek ik dat de metro van Delhi nog altijd niet met de Luchthaven verbonden is. Dan maar een Taxi. Tijdens de rit lees ik vluchtig de beschrijvingen van hostels in men reisgids. Als ik het adres van één er van uitleg aan mijn chauffeur  vertelt hij me dat de meeste beden in Delhi geboekt zijn vanwege de aankomende Onafhankelijkheidsdag . Naar mijn indruk heeft hij ook geen zin om  me voor de deur  van de hostel af te zetten. Hier kan ik inkomen aangezien de woorden doolhof en chaos spontaan in me opkomen als we door de Delhi rijden. Hij zet me, schijnbaar willekeurig, af bij een klein reisbureau. Goed, denk ik. Gewoon hier een nachtje slapen en dan zien of ik iets beter kan vinden. In het reisbureau wordt me direct overheerlijk gekruide groene thee aangeboden en spontaan ontstaat er een gesprek. Het gebrek aan nachtrust begint zich op te breken hoewel mijn Indische vrienden dit schijnbaar niet doorhebben. Als ze eenmaal doorhebben dat ik echt geen zin heb in small talk raden ze me een slaapplaats niet ver van het bureautje aan. Een drager loods mij en mijn bagage door een doolhof van kleine steegjes en straatjes. Na de nodige administratie plof ik me neer op mijn bed. De kamer is een donker hol met slechts één klein raampje en hoewel ik een rechtstreekse deur had naar de badkamer moet ik deze delen met de andere gasten. Het is half één in de namiddag als ik mijn ogen uiteindelijk te rusten leg.
Na een korte maar verkwikkende slaap word ik terug wakker. De avond valt over Delhi wanneer ze me terug naar het bureautje leiden. Daar begint Raj aka Shabir Dandoo te praten over zijn geboorteplaats. Een woonboot op het wondere mooie dal Lake in de Indische Himalaya. Al gauw begin hij te praten over de reizen die hun bureautje aanbiedt naar deze regio. Wanneer ik probeer duidelijk te maken dat ik eerder geïnteresseerd ben in de Nepalees kant wuift hij die weg als veel minder mooi en veel te toeristisch. Ik merk al gauw dat de Indiërs  al even grote chauvinisten zijn als Fransmannen. Hij laat me foto's zien van mijn voorgangers die schijnbaar gelukkig door prachtig mooie berglandschappen wandelen. Elke twijfel dat in me opkomt werd vakkundig van tafel geveegd door deze sympathieke jonge kerel van 24. Aan het einde van ons gesprek ben ik overtuigd. Ik ga naar Kasjmier. Weg van het vuile en stoffige Delhi dat veel te druk is naar mijn goesting. Hij prijst me een pakket aan dat een vliegtuigticket heen en terug naar Srinagar omvat en een verblijf van 7 dagen op de woonboot van zijn familie.  Hij heeft ook  nog een nieuw paar schoenen dat ik zou kunnen bezorgen aan zijn broer. Na alles betaalt en geboekt eet ik avondeten samen met  een Amerikaans drietal. Deze waarschuwde me nog voor kidnapping in Kasjmir maar ik had volledig vertrouwen in Raj. Terug op men kamer lees ik men Trotter er nog eens op na. Er is staat een waarschuwing in verband met het conflict tussen India en Pakistan maar het is vooral volgende zin die me bijblijft: " Als je het conflict tussen India en Pakistan buiten beschouwing laat, is de staat Kasjmir een veilige plaats en de inwoners van Kasjmir zijn gastvrije mensen die niets anders verlangen dan de toeristen met open armen te ontvangen." Dit stelt me gerust en ik maak me geen verder zorgen. Voor ik ga slapen stuur ik  een smsj'e naar het thuisfront dat ik morgen naar de Indische  Himalaya vertrek. Indische Himalaya klinkt beter dan Kasjmier...


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen